ONDERSTEUNING EN BEGELEIDING
Het volgen van een vwo/havo-opleiding betekent voortdurend nieuwe ervaringen ondergaan en nieuwe dingen doen. Dat is goed, want op die manier ontwikkelen leerlingen zich. Vaak gaan die nieuwe stappen vanzelf, soms is er begeleiding nodig. Die begeleiding is goed geregeld op onze school, of een leerling nu net in de eerste klas zit, of op het punt staat het gymnasiumdiploma te behalen. Alleen al het feit dat leerlingen weten dat er een vangnet is, geeft hun een gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen. Als we spreken over ondersteuning van leerlingen op school, onderscheiden we de basisbegeleiding en de extra ondersteuning. De basisbegeleiding geldt voor alle leerlingen. Hierbij kan men denken aan het mentoraat, studiehulp of de mogelijkheid om deel te nemen aan de huiswerkklas.
Mentor
In alle leerjaren is de mentor het eerste aanspraakpunt aan wie de leerlingen advies kunnen vragen of met wie ze gewoon kunnen praten. Ook voor de ouder(s)/verzorger(s) is de mentor het eerste aanspeekpunt. In klas 1 t/m 4 is er een apart mentoruur in het rooster opgenomen waarin leerlingen ook de studievaardigheden leren: het leren van woordjes en begrippen, samenvatten (van grote teksten), presenteren, samenwerken, leren voor een toets, het stellen van doelen en evalueren.
Juniormentor
Leerling in klas 1 hebben ook juniormentoren. Dat zijn leerlingen uit klas 2 en 3, die de mentoren van klas 1 ondersteunen.
Huiswerkbegeleiding
Voor leerlingen die bij vakken onder de maat scoren is er op maandag, woensdag en donderdag huiswerkbegeleiding. Onder leiding van een vakdocent kan een leerling aan de slag met het vak waarvoor de leerling onder maat scoort en versterkt de leerling zijn zelfstandigheid en studievaardigheden.
Loopbaanoriëntatie- en begeleiding (decanaat)
Op een aantal momenten in hun schoolloopbaan moeten leerlingen een belangrijke keuze maken, bijvoorbeeld voor een profiel, een vervolgopleiding of een tussentijdse overstap naar een andere afdeling binnen of buiten de school. De begeleiding bij een aantal van deze keuzes en de organisatie ervan wordt gedaan door de decaan.
Tijdens de mentorlessen in klas drie werken de leerlingen aan hun profielkeuze. Vanaf klas vier wordt gewerkt aan de studiekeuze. Onze decaan informeert de leerlingen (en hun ouder(s)/verzorger(s)) over voorlichtingsactiviteiten die plaatsvinden op de diverse instellingen voor hoger onderwijs en organiseert ook zelf activiteiten op het gebied van allerlei zaken rond de toekomstige studie- en beroepskeuze.
Daarnaast organiseert de decaan elk jaar samen met andere scholen twee voorlichtingsavonden over hbo- en wo-opleidingen. Ook is er kennis en informatie beschikbaar over de invulling van een tussenjaar, studeren in het buitenland of het wegwerken van deficiënties.
Afdelingsleider en leerlingcoördinatoren
De afdelingsleiders en leerlingcoördinatoren zijn de eerstverantwoordelijken voor de gang van zaken in een leerjaar. Zij stemmen de activiteiten in het leerjaar op elkaar af en overleggen regelmatig met de mentoren uit het leerjaar. Ook nemen zij regelmatig het initiatief om een goede werksfeer en een gevoel van welbevinden bij ‘hun’ leerlingen tot stand te brengen. Een belangrijke taak van de afdelingsleiders en de leerlingcoördinatoren is tevens het verzamelen van de persoonlijke gegevens van de leerlingen uit hun leerjaar in het leerlingvolgsysteem. Mede doordat de afdelingsleiders en leerlingcoördinatoren op de hoogte zijn van de achtergronden van de leerlingen, kunnen zij in samenwerking met bijvoorbeeld de mentor en de coördinator ondersteuning en begeleiding ook een rol spelen in de directe begeleiding van leerlingen. In principe is de leerlingcoördinator het aanspreekpunt voor de leerlingen en de afdelingsleider het aanspreekpunt voor de medewerkers.
Extra ondersteuning
De extra ondersteuning gaat verder dan de basisbegeleiding die voor elke leerling beschikbaar is. De structuur van de ondersteuning en begeleiding op onze school is vastgelegd in het school ondersteuningsprofiel (SOP) (zie: ‘Schoolondersteuningsprofiel’ op de website: https://www.blaisepascalcollege.nl/downloads/). De Wet Passend onderwijs beschrijft de manier waarop het onderwijs aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben is georganiseerd. Het idee is dat alle leerlingen een onderwijsplek moeten krijgen die past bij hun mogelijkheden. Ook als ze daarbij extra ondersteuning nodig hebben, zoals extra begeleiding op school, medische hulp, aangepast lesmateriaal of onderwijs op een speciale school. Scholen hebben daarbij zorgplicht (zie: https://www.rijksoverheid.nl/themas/onderwijs/passend-onderwijs).
Het Blaise vindt dat de ondersteuning van een leerling moet aansluiten bij zijn of haar individuele behoeften: er dient maatwerk geleverd te worden. Daarbij streeft de school naar geïntegreerde leerlingenbegeleiding, waarin onderwijs en ondersteuning onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het uitgangspunt is dan, dat de leerling binnen de structuur van de school blijft functioneren door de extra begeleiding op school, door te werken met aangepast lesmateriaal of door het gebruiken van speciale hulpmiddelen. De leerling moet binnen onze reguliere klassensetting en groepsgrootte kunnen blijven functioneren. Indien echter de ondersteuningsbehoefte van een leerling de mogelijkheden van de school te boven gaat, kan in overleg met de ouders/verzorgers een externe instantie worden ingeschakeld.
Voor ondersteuning en begeleiding aan leerlingen van wie de ondersteuningsbehoefte de deskundigheid van de mentor te boven gaat, kan een beroep worden gedaan op het team ondersteuning en begeleiding. In dit team werken mensen uit verschillende disciplines: de coördinator ondersteuning en begeleiding (COB), de leerlingbegeleider, de trajectgroepbegeleider, de Community Coach en de verzuimcoördinator. We werken waar nodig samen met externe schoolmaatschappelijk werkers. Bij de ondersteuningsvraag van een leerling zal de mentor overleg plegen met de afdelingsleider. Bij het afstemmen van de ondersteuning worden de afspraken vastgelegd in een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Dit wordt samen met ouders en leerling opgesteld en uitgevoerd.
De mentor blijft een centrale rol spelen in de schoolvorderingen van de leerling en is nauw betrokken bij de afstemming om de leerling.
Het Blaise voert ook multidisciplinair overleg (in het EAT, het Extern Advies Team) met onder andere de schoolarts, Bureau Jeugdzorg, het Jeugdteam, een orthopedagoge vanuit het OPDC en een leerplichtambtenaar. Dit kan van belang zijn bij het uitstippelen van de juiste ondersteuning en begeleiding voor een leerling. Voor bespreking in het EAT zal toestemming aan ouders en leerling gevraagd worden.
Indien nodig kan een animal assistant intervention-hond (hulphond) worden ingezet voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben op het gebied van empowerment, spreken in het openbaar en lezen.
De school is aangesloten bij Samenwerkingsverband Zaanstreek. Een samenwerkingsverband is een koepel van alle schoolbesturen in een regio. Het samenwerkingsverband zorgt in een regio voor een dekkend netwerk van ondersteuning en legt de afspraken daarover vast in een ondersteuningsplan (per school) (zie: https://www.swvvozaanstreek.nl/).
Trajectgroep
Leerlingen die extra ondersteuning en begeleiding nodig hebben om succesvol te kunnen zijn, kunnen na overleg en afstemming gebruik maken van de trajectgroep. Deze leerlingen kunnen voor, tijdens en na schooltijd terecht in een rustige, prettig ingerichte ruimte waar altijd een begeleider aanwezig is. Ze krijgen er handvatten aangereikt om zelfstandiger te kunnen functioneren en zicht te krijgen op wat hen helpt in het leerproces. Een leerling die gebruik maakt van de trajectgroep doet dit op basis van afspraken die vastgelegd zijn in het OPP.
De trajectgroepbegeleider stuurt de ondersteuning en begeleiding vanuit de trajectgroep aan. De uitvoer van de ondersteuning en begeleiding wordt periodiek geëvalueerd.
Dyslexie
Leerlingen met dyslectie krijgen ondersteuning van de dyslectiecoördinator. Deze zorgt ook voor de faciliteiten die deze leerling nodig heeft.
Dyscalculie
Leerling met dyslectie krijgen ondersteuning van de rekencoördinator. Deze zorgt ook voor de faciliteiten (op het vwo zijn deze faciliteiten niet mogelijk in de bovenbouw).
NT2
Leerlingen met een anderstalige achtergrond dan Nederlands (met NT2-status) krijgen ondersteuning van de taalspecialist. Deze zorgt ook voor de faciliteiten die de leerling nodig heeft.
Toptalent
Voor leerlingen die getalenteerd zijn in sport en of muziek en dans kunnen ondersteuning krijgen. Hiervoor moet de leerling een Talentstatus bezit van NOC*NSF, of duidelijk kan aan tonen een toptalent te zijn op het gebied van cultuur.
Hoogbegaafdheid
Leerlingen die hoogbegaafdzijn, kunnen ondersteuning krijgen van de hoogbegaafdheidcoördinator.